De andere kant van Afrika

augustus 23, 2009

‘Wij willen laten zien hoeveel kracht deze mensen hebben’

kellymuriel

Na vijf maanden vrijwilligerswerk in Ghana richtten de twee studenten Kelly de Vries en Muriel Koch de stichting Meet Kate op. Samen met de lokale bevolking zetten zij projecten op om de toekomstperspectieven van Ghanese kinderen te verbeteren.

“Kijk, dat meisje met die stralende ogen is Kate. Zij is het gezicht van onze stichting ‘Meet Kate’. Een vrolijk meisje met hoopvolle ogen en niet het zielige Afrikaanse kind.” Kelly de Vries (21) en Muriel Koch (23) bladeren trots door een groot boek vol prachtige foto’s van de zevenjarige Kate met haar pleegmoeder Philomena (57), en de bouw van een kindertehuis in Swedru, een middelgroot dorp in Ghana, Afrika.

De stichting werd opgericht na terugkomst van vijf maanden vrijwilligerswerk. De meiden hebben inmiddels al 40.000 euro voor de stichting opgehaald. De bouw van dit grote project, het kindertehuis ‘Meet Kate Children’s Home’, is in volle gang. De foto’s laten zien dat er de afgelopen maanden keihard aan is gewerkt. De fundering staat, de muren zijn al opgetrokken. In juni 2010 is het klaar en kunnen de eerste kinderen daar hun intrek nemen. Wat heeft de twee jonge vrouwen tot deze bijzondere prestatie gedreven?

Muriel: “Ik wilde na mijn eindexamen VWO heel graag naar Afrika. Waarom precies weet ik eigenlijk niet. Ik zocht naar een stabiel land zonder oorlog of rellen. En het liefst ook Engelstalig, omdat mijn Frans niet zo goed was. Het werd Ghana. Daar waren veel mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen. Twee weken voor mijn vertrek kreeg ik een lijstje met namen van mensen die dezelfde dag als ik vanuit Nederland naar Ghana zouden vertrekken. Daar stond ook de naam van Kelly bij. We kenden elkaar wel vaag, want we zaten bij elkaar op school in Bussum. Maar we deelden niet dezelfde vriendengroep. Ik belde haar meteen op en ze klonk een beetje verbaasd toen ze hoorde dat ik het was.” “Ja”, beaamt Kelly, “Ik weet het nog precies. Ik dacht: waarom belt Muriel mij? Ze zei: jij gaat naar Ghana hé? Ik ook!” “We zijn diezelfde week samen koffie gaan drinken, en hebben nog snel een inzamelactie gehouden bij onze middelbare school voor schriften, potloden en pennen. Eenmaal in Ghana zijn we echt bevriend geraakt. Na drie maanden zaten we aan een zwembad te praten over welke studie we wilden gaan doen. Ik zei: “Ik ga hierna psychologie studeren”, waarop Kelly zei: “Dat is toevallig. Ik ook!”

Kelly was al vaker in Afrika geweest. “Mijn eerste ervaring met Afrika kan ik me nog goed herinneren. Ik was veertien jaar. Omdat mijn vader een bekende Nederlander is gingen wij liever iets verder weg op vakantie, waardoor we minder kans liepen op straat te worden nagestaard. Mijn ouders wilden mij en mijn jongere broer de wereld laten zien. En ook heel bewust ‘de andere kant’ We zijn toen in vier weken van Johannesburg naar Kaapstad getrokken. In Johannesburg  reden we, vergezeld door een gids, de arme wijken in. Ik keek naar buiten en zag allemaal kinderen die vrolijk naar ons zwaaiden. Mijn toen elfjarige broertje had een stapeltje oranje Ajax-voetbalshirts meegenomen, om daar uit te delen. De kinderen vonden het prachtig. Ze trokken de veel te grote shirts meteen aan. Ik zakte iets door mijn knieën om er een foto van te maken. Toen sprong er onverwacht een meisje op mijn arm en gaf me een dikke knuffel. Mijn moeder was ook foto’s aan het maken en riep: “Kelly, draai je eens om!” Op datzelfde moment stond er ook een jongen in een van de Ajax-shirts achter mij, die net een peaceteken maakte. Dat was zo grappig. Die foto heeft nog steeds een prominente plek in mijn huis.

Ik was verbaasd, want dit was een totaal ander beeld van Afrika dan wat ik kende van de televisie: inzamelacties  en uitgehongerde zielige Afrikaanse kindertjes. De jaren daarna kwam ik tijdens vakanties ook in Kenia en Tanzania. Ik zag veel nare dingen zoals armoede, slechte huizen en kinderen die op straat werken. De situaties waarin deze mensen leven zijn vaak heel schrijnend. Maar ik zag ook dat ze er op hun eigen manier iets moois van maakten, en daarbij heel veel plezier hadden. Dat was precies wat mij iedere keer zo diep raakte in Afrika. Ik was benieuwd hoe ik dit zou ervaren als ik er voor langere tijd zou zijn. Werken als vrijwilligster in Ghana leek mij ook een goede start om voor de eerste keer in mijn eentje op pad te gaan.”

 Op 19 februari 2006 was het zover. Muriel en Kelly werden allebei op verschillende projecten geplaatst via Travel Active, een Nederlandse uitwisselingsorganisatie. Kelly ging les geven op een basisschool. “Gelukkig deed ik dat samen met een Ghanese juf, want ik sprak toch anders Engels dan deze kinderen gewend waren. Ik merkte al snel dat er op die school geslagen werd met een stok. Ik wilde absoluut niet dat kinderen werden geslagen waar ik bij was. Maar af en toe hoorde je de lijfstraffen in andere klassen dwars door de muren heen. Ik werd zelf natuurlijk flink door de kinderen uitgetest. Maar strafregels schrijven, in de hoek staan of binnen blijven in de pauze…is dat straf? Dat kenden ze niet. Dus moest ik andere manieren bedenken om orde te houden in de klas. Een keer vond ik dat zo moeilijk. Ik wist gewoon niet meer wat ik moest doen, en stond op het punt om in tranen uit te barsten. Ik dreigde de kinderen om een docent uit een andere klas in te schakelen die er om bekend stond dat hij veel en hard sloeg. De kinderen waren als de dood voor hem. “Wie vanaf nu niet stil is en aan het werk gaat breng ik naar hem toe!” Een jongetje kon zijn mond niet houden. Uitgerekend een heel klein jochie dat normaal nooit stout was. De klas was doodstil en de kinderen keken me met grote ogen aan. Maar ik moest me natuurlijk aan mijn woord houden. Ik voelde het knulletje shaken toen we samen door de gang naar die leraar liepen. Ondertussen bedacht ik me dat die man waarschijnlijk stoer zou gaan doen om mij te imponeren, en hem daardoor nog harder zou slaan. Dat kon ik niet laten gebeuren. Net voor zijn deur keek ik het jongetje aan en zei: “of zal ik je toch nog een kans geven?” “Yes, yes!”, riep hij opgelucht, en hij rende als een speer terug naar de klas.”

Muriel was geplaatst op een heel arm schooltje. ”Ze  hadden mij daar erg hard nodig. Maar leraren kwamen vaak niet opdagen of lagen te slapen. Ik voelde me net een politieagent die verantwoordelijk was voor zes klassen. Ik werd daar heel ongelukkig van. Het was een te groot project om in mijn eentje te doen. Na drie weken ontmoette ik iemand die enthousiast vertelde over het project FrankEve, een vakschool waar kansarme meisjes een gratis opleiding krijgen. Ze schenen daar heel hard mensen nodig te hebben. Ik dacht: ik heb veel ervaring in de horeca, dus ik kan die meisjes veel leren. Toen er een ander gastgezin voor me was gevonden, kon ik naar FrankEve worden overgeplaatst waar ik Engelse les en Persoonlijke Verzorging ging geven.”

Ook Kelly ging op FrankEve lesgeven. “Ik gaf wiskunde, toegepast op het soort werk waar de meisjes voor leren. We kochten stoffen die we in stukken knipten of we bakten taarten die we in punten verdeelden. Zo oefenden we op praktische wijze het meten en delen.”

Kelly en Muriel waren heel enthousiast over het werk bij de vakschool. “Als deze meisjes iets leren waarmee ze een baan kunnen krijgen, maakt ze dat minder afhankelijk. We hoorden regelmatig verhalen over meisjes wiens ouders geen opleiding voor ze konden betalen, en dat ze vervolgens tegen de verkeerde man aanliepen… Een goede opleiding en werk voor vrouwen wordt in Ghana niet zo belangrijk gevonden. Terwijl het juist vaak de Ghanese vrouwen zijn die zien wat nodig is, en daar vervolgens iets mee gaan doen.

Zo is het ook gegaan bij Francisca, een van de oprichtsters van FrankEve. Zij heeft zelf keihard moeten werken om haar eigen opleiding te kunnen betalen. Met dit project kan ze andere kansarme meisjes helpen. Die mentaliteit: meer aan de samenleving denken dan aan jezelf. Dat is daar zo anders dan in het individualistische Nederland.

Ook de hartelijke gastvrijheid was voor ons een bijzondere ervaring. In onze gastgezinnen werden we behandeld alsof we familie waren.De kinderen noemden ons hun ‘zus’. Ze vingen ons op als we het zwaar hadden. Want we hadden best pittige momenten. We waren nog geen twintig, net van school, weg van familie en vrienden in een ver land met een andere taal en cultuur.”

Het gastgezin waar Muriel in die periode woonde was een, voor Ghanese maatstaven, rijk gezin. “Mijn ‘host-oma’ was rond de 70 jaar oud, en zorgde voor haar kleinkinderen. Een gezinssamenstelling in Ghana wisselt regelmatig. Dan woont iemand weer een tijdje hier, dan weer daar. Dat is daar heel normaal. Oma had zeven kinderen waarvan er twee in Canada woonden en een in Duitsland. Ze stuurden haar regelmatig geld. Er waren een paar achternichtjes die voor het huishouden zorgden. Mijn ‘broertjes en zusjes’ konden daardoor na schooltijd lekker gaan tekenen of een dvd-tje kijken. Maar dat is in lang niet alle gezinnen het geval. Sommige kinderen gingen helemaal niet naar school omdat ze hun moeder op de markt moesten helpen. Er zijn grote milieuverschillen in Ghana.”

Kelly woonde in een armer gezin. Daar leerde ze haar ‘hostzusje’ Kate kennen. Philomena Fynn (iedereen noemt haar daar Philo) was de pleegmoeder van Kate. Kelly vertelt: “De biologische moeder van Kate was pas 15 jaar oud toen Kate werd geboren. Tweeënhalve maand te vroeg. De baby woog nog geen kilo en had een kleine kans om te overleven. Daarom bracht haar jonge onervaren moeder het kindje naar Philo, die verre familie van haar was. Philo gaf Kate onderdak en liet haar naar school gaan. Als deze vrouw niet voor Kate had gezorgd, had ze het misschien niet eens overleefd. In Nederland zijn wij gewend dat kleine kinderen naar school worden gebracht. Kate liep al op haar vierde jaar alleen naar school. Dat is een uur lopen van huis terwijl de taxi 20 cent kost. ‘s Ochtends maakte ze met de andere kinderen eerst het hele huis schoon. Als ze uit school kwam ging ze water halen en helpen met koken en schoonmaken. Ze vond dat helemaal niet vervelend. Ze had ondertussen juist heel veel lol. Daarom is Kate het boegbeeld van onze stichting. Ze is zo vrolijk en leergierig en vind het heerlijk om naar school te gaan. Dat zagen we ook bij veel andere kinderen. Iedereen weet dat er leed is in Afrika. Maar wij willen juist laten zien hoeveel kracht deze mensen hebben en hoe hoopvol ze zijn.”

 De meiden bladeren verder in het fotoalbum en vullen elkaar voortdurend aan tijdens het vertellen. “Moet je die armspieren zien van Philo”, zegt er een. “Daar zijn wij wel jaloers op. Die vrouw is getekend door het leven, maar zo liefdevol. Ze heeft in Nigeria gewoond als 13de vrouw van een stamhoofd. Van de zeven kinderen die ze kreeg zijn er vijf overleden. Maar ze praat er niet over. Haar instelling is: we leven nu. Laatst stuurde ze een sms-je met de tekst: ‘ik hoop dat alles goed gaat met jullie en dat jullie familie net zo gezond is als dat wij zijn.’ In plaats van te denken: jullie wonen in een westers land en zijn veel rijker dan wij, dus het zal wel goed met jullie gaan.

Philo droomde ervan om ooit een weeshuis op te zetten. Zij had zo vaak gezien dat veel kinderen niet de juiste aandacht kregen, onvoldoende te eten hadden of niet de mogelijkheid om naar school te gaan. Dan vroeg Philo aan kinderen die over straat zwierven: “waar zijn je ouders? Moet je niet naar school?” In Ghana heb je geen kinderbescherming zoals in Nederland. Er zijn geen instanties vanuit de overheid die voor de behoeften of rechten van kinderen opkomen. Als ze geen familie hebben die voor hun kan of wil zorgen worden ze echt aan hun lot overgelaten. “Als ik die kinderen een dag per week eten kan geven”, dacht Philo, “of ze een klusje kan laten doen voor geld…” En zo kreeg haar idee vorm. Ze kocht een stuk land en had zelfs al een bouwtekening gemaakt.

Wij wilden haar hier graag bij helpen. Want dat is ook onze visie. Samen met de lokale bevolking dingen opzetten die zij belangrijk vinden voor hun omgeving. Met Stichting Bouwen, een Nederlandse organisatie die ook in Ghana zit, zijn we haar ontwerp opnieuw gaan bekijken. Zij hebben het bouwplan aangepast en nauwkeurig uitgewerkt.

De bouw van Meet Kate Children’s Home is een jaar geleden van start gegaan. Alle benodigde materialen worden ter plekke gekocht om de plaatselijke economie te steunen. We verschaffen werk aan 10 tot 12 mensen uit de omgeving. Wij merkten op een gegeven moment dat het bouwen op sommige puntjes iets beter kon. De lokale bevolking kan wel bouwen, maar ze hebben er nooit voor gestudeerd. En veiligheid staat bij ons op nummer één. Je moet er toch niet aan denken dat er iets instort met kinderen eronder. Dat is de ergste nachtmerrie die je je kan bedenken. Daarom hebben wij Stichting Bouwen gevraagd het project ook bouwkundig te begeleiden. Zo krijgen de werkmensen meer vakkennis, wat weer gebruikt kan worden in de toekomst. Wij houden vanuit Nederland veel contact met het project, zodat we goed weten welke vorderingen er plaats vinden, en waar het geld van de donateurs aan wordt besteed.

Als het kindertehuis klaar is moet je niet denken dat er een rij kinderen voor de deur staat te wachten, klaar om naar binnen te gaan. Het is van groot belang dat er eerst goed wordt gekeken welke kinderen ervoor in aanmerking komen. Want wonen bij familie heeft onze voorkeur. Het huis biedt ook een mogelijkheid voor kinderopvang voor werkende ouders. Er komt een vaste ploeg mensen werken met de juiste scholing en pedagogische kennis. Philo, die zelf verpleegster is, gaat er sowieso werken. Misschien kunnen de meisjes van FrankEve er tegen betaling koken en naaien of kinderen helpen met hun huiswerk. Zo kunnen zij iets verdienen en tegelijkertijd werkervaring opdoen. Dan is het cirkeltje weer rond.

Op die manier willen we de lokale bevolking helpen zelfvoorzienend te worden. Want we kunnen niet tot het einde der dagen geld blijven sturen. Natuurlijk zullen we altijd voor ze klaar staan als er problemen zijn. Maar uiteindelijk moeten ze voor zichzelf kunnen zorgen.Wij willen ook niet onze stempel drukken op de wijze waarop zij het doen. Zo blijft het project duurzaam en kan het langer door blijven gaan. Het enige misschien typisch Nederlandse wat we wel doordrukken is: Er wordt in ons huis absoluut niet geslagen! Want wij geloven niet dat slaag pedagogisch gezien de beste manier is om kinderen dingen te leren.”

 Naast al het werk voor Meet Kate organiseren Kelly en Muriel ook schoolprojecten in Nederland  “om jongeren te laten zien hoeveel je kan betekenen voor anderen. En wat je met motivatie en een beetje inzet kunt bereiken.”  “Op onze middelbare school was het normaal dat je eerst iets van de wereld ging zien, voordat je begon met je studie”, vertelt Muriel. We komen wat dat betreft wel echt uit Het Gooi. Maar we hebben daar zelf ook hard voor gewerkt. Vrijwilligerswerk doe je nooit alleen voor anderen, maar ook voor jezelf. Ik zou iedereen willen aanraden: ga na je middelbare schoolopleiding een tijdje vrijwilligerswerk doen of reizen. Kom jezelf tegen. Het is zo’n goede ervaring. Een van de waardevolle dingen die ik heb geleerd is dat ik vertrouwen in mezelf heb gekregen. In een vreemd land, in iedere situatie, je overleeft het wel.

Ook heb ik in Afrika ervaren hoe het is om een minderheid te zijn. Ik ging op een gegeven moment naar het ziekenhuis omdat ik vermoedde dat ik malaria had. Maar ik kwam net vijf minuten te laat aan. Ze wilden me die dag niet meer onderzoeken. Ik voelde me behoorlijk ziek en het idee om malaria te hebben was voor mij heel heftig. Ik wilde zo graag nog diezelfde dag getest worden. Maar de verpleegster werd woedend: “Jullie blanken denken dat als jullie zeggen “het moet nu”, dat het dan ook direct gebeurt!” Ik voelde me heel erg gediscrimineerd omdat ze afgaf op het feit dat ik blank was. De volgende dag bleek ik trouwens inderdaad malaria te hebben.

We hadden wekelijkse bijeenkomsten met alle vrijwilligers uit de omtrek. Ik merkte hoe heerlijk het was om weer even samen te zijn met mensen die dezelfde achtergrond hebben of jouw taal spreken. Daardoor begrijp ik nu ook de immigranten in Nederland goed. Want natuurlijk vinden zij het prettig om hier hun authentieke koffiehuizen te hebben en hun winkeltjes met producten uit hun vertrouwde land van herkomst. Wij snakten naar een stuk pizza, en als we in een grotere stad waren kochten we meteen een grote pot Nutella.”

Rond de laatste jaarwisseling waren Kelly en Muriel voor het eerst weer samen in Afrika. Kelly was wel al twee keer teruggeweest. Het liefst gaan ze er veel vaker kijken. “Maar een ticket kost 1000 euro. Je kunt daar met datzelfde bedrag zoveel doen. We halen nog niet voldoende geld op om daar ook tickets voor te betalen. Deze betalen we dus uit eigen zak.” Dat gaat hopelijk veranderen want hun inzet wordt beloond. Kelly’s vader, Peter R. de Vries is inmiddels ambassadeur van Meet Kate. Hij schrijft op de website van de stichting:  “Sinds de oprichting heb ik de werkzaamheden van de stichting gevolgd en gezien hoe zij op eigen kracht de projecten hebben opgezet. Nu er letterlijk dingen in de steigers staan vind ik de tijd rijp om ze een handje te helpen.”…” Ik roep iedereen op om te helpen, zodat het Meet Kate Children’s Home er heel snel staat. Kom op, doe mee en steun Stichting Meet Kate!”

Ondertussen zitten de meiden in het derde jaar van hun studie Psychologie. Daarnaast werkt Kelly een aantal dagdelen op een sportschool, en Muriel bij een onderzoeksbureau. Kelly wil na haar bachelor graag de master ‘International Development Studies’ in de richting van’Children’s Rights’ volgen. “Ik heb echt gevonden wat ik wil. Ik ga uiteindelijk wonen en werken in Afrika. Dat weet ik zeker!

Muriel wil zich gaan specialiseren in Forensische kinderpsychologie. “Ik zet me in voor Meet Kate zolang ik kan. Binnenkort ga ik als uitwisselingsstudent naar New York om een master ‘Forensic Psychology’ te volgen. Want het liefst ga ik als kinderpsychologe in een jeugdgevangenis werken.” “Dat kan ook in Ghana”, knipoogt Kelly veelbetekenend.

Wie Meet Kate wil steunen kan donateur worden. Kijk op www.meetkate.nl

Gepubliceerd in weekblad Mijn Geheim 09/22

Leave a Reply